JUBILEUM

STIZON, INSZO en PHARMO bestaan 20 jaar.

Wij praten hierover met prof. Ron Herings en Ernst de Graag. Zij zijn vormen vanaf het begin de directie.

Hoe zijn PHARMO en INSZO ontstaan?

Ron Herings: “Voor de start van PHARMO moeten we terug in de tijd naar het ontstaan van het PHARMO Record Linkage Systeem  in de periode 1989-1990. Het toenmalige rapportage systeem van de overheid kon weliswaar bijwerkingen detecteren, maar we hadden geen enkel idee hoe vaak welke bijwerkingen bij welke geneesmiddelen voorkwamen. In die tijd speelde dat voornamelijk voor de NSAIDs (maagbloedingen), de orale anticonceptiva (Borstkanker, trombose), de antihistamica (QT-verlenging) en benzodiazepines (vallen/fracturen).

In de Verenigde Staten werd voor dit onderzoek gebruik gemaakt van grote gegevensbestanden van zorgverzekeraars.  Het type onderzoek kreeg een naam: geneesmiddelen epidemiologie, later verworden tot het huidige farmaco-epidemiologie. Onderzoek dat zich bedient van grote gegevensbestanden om aanvullend op randomised controlled trials (RCT) onderzoek te doen naar de werking en veiligheid van geneesmiddelen zoals die in de dagelijkse praktijk daadwerkelijk gebruikt worden.

 In 1993 is Ron Herings gepromoveerd op het proefschrift “PHARMO, a record linkage system for postmarketing surveillance of prescription drugs in the Netherlands”. De periode die daarop volgende stond in het licht van uitbreiden en testen van het systeem.

In 1997  ontving dr. R.M.C. Herings , universitair hoofddocent farmacie bij de faculteit Farmacie aan de Universiteit Utrecht, de Dr. Hoogendoornprijs. Een prijs die in 1983 was ingesteld door de Stichting Informatiecentrum voor de Gezondheidszorg | SIG (rechtsvoorganger van Prismant). De prijs is vernoemd naar Dr. D. Hoogendoorn, de grondlegger van de Landelijke Medische Registratie (LMR) tegenwoordig de Landelijke Basisregistratie Ziekenhuizen (LBZ). De SIG kende de prijs eens in de drie jaar toe aan een persoon of instantie die zich bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt op het gebied van medische informatica. En in 1997 besloot de jury, bestaande uit prof.dr.ir. A. Hasman, prof.dr. J.P. Mackenbach en W.M.L.C.M. Schellekens, arts, unaniem om dr. R.M.C. Herings voor te dragen als winnaar van de prijs. Ron Herings was uitgekozen ‘vanwege het door hem ontwikkelde PHARMO-systeem, bedoeld voor het doen van farmaco-epidemiologisch onderzoek op het gebied van geneesmiddelen’. Het gaat om de effecten  van het gebruik van reeds op de markt toegelaten en op recept geleverde geneesmiddelen met het oog op eventuele bijwerkingen, therapeutische effectiviteit en risico’s voor de gezondheid. Het bijzondere van het PHARMO-systeem is de koppeling van domein kennis op het gebied van de informatiekunde, farmacie en  epidemiologie waarbij rekening gehouden wordt met de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de patiënt en diens zorgverlener.  

Ernst de Graag: “Eind 1999, alweer meer dan 20 jaar geleden, werd in onderling overleg tussen apothekers en de ziekenhuizen, vertegenwoordigd door Prismant, een gezamenlijke coöperatie opgericht om het onderzoek naar effecten van geneesmiddelen in de dagelijkse praktijk verder te professionaliseren in een aparte, juridische, onafhankelijke organisatie met Ron en mij als bestuurders. Het ging destijds om het efficiënter inrichten van het verzamelen van gegevens, het verbeteren van de beveiliging voor het beschermen van de privacy , het bieden van werkgelegenheid van afgestudeerden. Het PHARMO Instituut was een feit en groeide tot een organisatie die tot op heden onderzoek doet naar de werkzaamheid en veiligheid van nieuwe en oude geneesmiddelen.”

“Sinds de oprichting van het PHARMO instituut in december 1999, zijn de gegevensverzamelingen in omvang en aantal gegroeid om te kunnen voldoen aan de complexe eisen van wetenschappelijk onderzoek. De marktwerking in de zorg verzorgde onder andere voor een versplintering van informatie van het gebruik van geneesmiddelen en klinische uitkomsten van patiënten over een groot aantal zorgverleners. Niet alleen gegevens van openbare apothekers, maar ook gegevens van polithekers, ziekenhuisapothekers, klinische laboratoria, huisartsen, apotheekhoudende huisartsen, ziekenhuisopnames, polikliniek bezoeken, verrichtingen, add-ons alsmede een koppeling aan de nationale kanker registratie (IKNL), pathologie registratie (PALGA) en perinatale registraties (Perined) blijken nodig om de complexe vragen over bijwerkingen en effectiviteit van geneesmiddelen goed te kunnen beantwoorden.”